Het Strumphlerorgel

Het Strumphlerorgel
Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 heeft de Eusebiuskerk ernstig te lijden gehad. Een felle brand zorgde er uiteindelijk voor dat kerk en toren grotendeels verloren gingen. Ook het indrukwekkende Wagnerorgel dat dateerde uit 1769/1770, moest het ontgelden. Van dit instrument bleef letterlijk alleen een registerplaatje over. In 1951 kocht de Eusebiuskerk een nieuw monumentaal orgel: het Strumphlerorgel van de Hersteld Evangelisch Lutherse kerk in Amsterdam.

Korte geschiedenis
De bouwer van het orgel was Johannes Stephanus Strumphler, geboren in 1739 in Lippstadt, Duitsland. Al vroeg vestigde hij zich in Amsterdam. Hij had al meerdere kleine en middelgrote instrumenten op zijn naam staan toen hij in 1794 zijn grootste opdracht kreeg: een orgel bouwen voor het nieuwe gebouw van de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam. De gebroeders Barthold en Anthony Ziesenis zorgden respectievelijk voor de kas en het beeldsnijwerk van het orgel. Op 1 juni 1796 werd het officieel in gebruik genomen.

Aanpassingen
In 1837/38 was het orgel aan restauratie toe. De firma J. Bätz & Co. (Utrecht) nam die voor zijn rekening en vernieuwde enkele tongwerken. Twee decennia later herstelde orgelmaker H. Knipscheer (Amsterdam) het orgel en wijzigde tevens de dispositie. In 1922 breidde de orgelbouwer A. Bik (Amsterdam) het instrument uit met een zwelwerk, dat vanaf het derde manuaal bespeelbaar is. De bediening van deze zwelkast geschiedt door middel van een zogenoemde kniezweller, zoals bij een harmonium. C. Verweys bracht in 1940 nog een eigen klavier aan het zwelwerk aan en hij verving de kniezweller door een normale basculetrede.

Opgeslagen
Ondanks dat de Eusebiuskerk het orgel al in 1951 aankocht, heeft het nog jaren in onderdelen opgeslagen gestaan in de Arnhemse Paasbergkerk. Pas toen de restauratie van de kerk in 1959 ver genoeg gevorderd was, begonnen de Utrechtse gebroeders Van Vulpen aan de opbouw van de kas. Zij zorgden tevens voor de hoognodige restauratie van het bijna 200 jaar oude orgel. Daarbij werd ook het toegevoegde zwelwerk dat in 1922 geplaatst was, weer verwijderd. In 1962 werd het officieel in de Arnhemse kerk in gebruik genomen.

Decoraties
Het Strumphlerorgel is een mooi voorbeeld van de Duits-Hollandse barokke orgelbouw. In de Hersteld Evangelisch Lutherse kerk reikte het tot aan de nok, in de Eusebiuskerk scheelt het enkele meters met de kruin van het middenschipgewelf. Bovenop de orgelkas, precies in het midden, ziet men zoals op veel orgels ook hier een beeltenis van koning David met zijn harp, normaal gesproken vorstelijk staand. In de Amsterdamse kerk was er echter voor een staande David onvoldoende hoogte, waardoor hij er nu wat ineengedrongen bij zit.

Aan weerszijden van hem zijn engelen afgebeeld, compleet met lauwerkransen en trompetten. Ook zijn kinderengelen te zien die de zijkanten van het orgel versieren met bloemenslingers. Tot slot zijn er drie putti (mollige kinderfiguren) afgebeeld. Zij houden het schild vast waar de naam van de schenker – Jan Bouwman – op vermeld staat.

Bekendheid
Grote bekendheid kreeg het instrument toen de bekende organist Jan Zwart vanaf 1929 wekelijks orgelbespelingen gaf voor een toen nog nieuw medium: de radio. Elke maandagmiddag speelde hij anderhalf uur tot aan zijn dood in 1937. Voor de vertolking van orgelwerken uit de Romantiek had Jan Zwart een zwelwerk van acht stemmen laten plaatsen. Als musicus met gevoel voor historie werd er niet in de bestaande constructie en dispositie ingegrepen. Later werd het orgel ook nog bespeeld door Feike Asma. In Arnhem was Johan van Dommele van 1962 tot 1995 de vaste bespeler van het instrument. Hij werd opgevolgd door de huidige (stads)organist Johan Luijmes.

Klik hieronder om het orgel te beluisteren.

 

 

Dispositie

De dispositie van een orgel is het geheel van registers, manueelverdeling, speelhulpen en technische details. De orgelbouwer stemt de dispositie per orgel af in overleg met de opdrachtgever en afhankelijk van de ruimte waar het orgel komt te staan.

Hoofdwerk (manuaal 2): prestant 16′ – bourdon 16′ – prestant 8′ (discant dubbel) – holpijp 8′ – octaav 4′ – speelfluyt 4′ – quint 3′ (discant dubbel) – octaav 2′ – woudfluyt 2′ (1855) – mixtuur 2′ 5-6 sterk bas/discant – cornet 4′ 4 sterk discant – trompet 16′ bas/discant – trompet 8.

Rugwerk (manuaal 1): quintadena 16′ – prestant 8′ (discant dubbel) – fluyt douce 8′ – octaav 4′ – gedekte fluyt 4′ – gedekte quint 3′ – speelfluyt 2′ – flageolet 1′ – sexquialtera 2⅔’ 2-4 sterk bas/discant – mixtuur 1⅓’ 4-6 sterk bas/discant – fagot 16′ – hoboe 8′ – tremulant (1962).

Bovenwerk (manuaal 3): prestant 8′ (discant dubbel) – roerfluit 8′ – quintadena 8′ – viola di gamba 8′ – octaav 4′ – openfluyt 4′ – nassat 3′ – octaav 2′ (discant dubbel, 1962) – woudfluyt 2′ – scherp 1′ 3-4 sterk bas/discant – cornet à piston 8′ vanaf a (1855) – dulciaan 8′ – vox humana 8′ bas/discant (1838) – tremulant.

Pedaal: prestant 16′ – subbas 16′ – roerquint 12′ – octaav 8′ – bourdon 8′ – octaav 4′ – nagthoorn 2′ – mixtuur 2⅔’ 4 sterk (1962) – basuyn 16′ – trompet 8′ – trompet 4′ – cornet 2′.

Koppelingen: hoofdwerk aan pedaal (1838) – rugwerk aan pedaal (1985) – rugwerk aan hoofdwerk – bovenwerk aan hoofdwerk.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-d1. Winddruk: 89 mm. WK. (hoofdwerk), 85 mm. WK. (rugwerk en pedaal), 83 mm. WK (bovenwerk).

Orgelconcerten
Door het jaar zijn er regelmatig orgelconcerten op het befaamde Strumphlerorgel in de Eusebiuskerk. Van  september tot juni speelt stadsorganist  Johan Luijmes iedere derde zondagmiddag van de maand orgelmuziek en in de zomermaanden juli en augustus zijn er wekelijkse bespelingen op de woensdagavond door verschillende organisten. Kijk op de agenda wanneer de eerstvolgende concerten zijn. De toegang bij de orgelconcerten is gratis. Na afloop kunt u een vrijwillige bijdrage geven.

Luister en lees meer over het Strumphlerorgel.

2015 Financieel rapport van orgelstichting 2015