Doorbraak in aanpak restauratie

De restauratie van de bovenste helft van de toren (de Lantaarn) zal volgens planning eind oktober kunnen worden afgerond. Dan wordt ook een deel van de steigers afgebroken. Ondertussen is er sprake van een doorbraak met betrekking tot de kosten van de vervolgfase van de restauratie. De definitieve raming van de restauratiekosten komt uit op 27 miljoen euro: veel lager dan de bedragen die voorheen circuleerden.

Uit het definitieve restauratieplan dat in april werd gepresenteerd, blijkt dat de restauratie opnieuw aanmerkelijk minder gaat kosten dan enkele jaren geleden werd verwacht. De definitieve raming van de restauratiekosten komt uit op 27 miljoen euro. Voor dit bedrag wordt niet alleen de toren volledig gerestaureerd, maar kan ook de nu noodzakelijke restauratie van het kerkgebouw worden uitgevoerd.

Op het moment (2009) dat de toren van de Eusebiuskerk in de steigers werd gezet, was er nog sprake van restauratiekosten van 60 tot 70 miljoen euro en meer. Vorig jaar bleek dit al een veel te ruime inschatting nadat onderzoek had uitgewezen dat de technische staat van het kerkgebouw (het ‘schip) veel beter was dan verwacht. De restauratiebegroting kwam toen nog uit op ca. 34 miljoen euro.

Optimaal resultaat
Het bestuur van de Stichting Eusebius Arnhem heeft vervolgens alle partijen die bij het restauratieproces betrokken zijn gevraagd nogmaals te bekijken hoe de kosten van de restauratie, met behoud van kwaliteit, verder teruggedrongen kunnen worden. Hierbij is een innovatieve procesmethode gehanteerd, de zogeheten Ketenintegratie. Deze aanpak komt er op neer dat alle deskundigen en specialisten – van architect tot aannemer en toezichthouder – op basis van gelijkwaardigheid hun kennis delen om zo te komen tot een optimaal resultaat.
Deze Ketenintegratie, die al vaker wordt toegepast in de bouw maar uniek is voor een restauratieproject, leverde kort geleden een doorbraak op waardoor de restauratiekosten aanmerkelijk kunnen dalen, terwijl de kwaliteit van het resultaat zonder terughoudendheid kan worden gegarandeerd.

Deel natuursteen vervangen
Zo blijkt, na uitvoerig onderzoek, de conditie van de toren veel beter dan verwacht. Het is niet langer noodzakelijk om al het natuursteen van de toren te vervangen. Er kan worden volstaan met de vervanging van de hoeken van de toren en andere geprofileerde stenen, die erg kwetsbaar zijn gebleken voor scheurvorming. De vlakke stenen aan de buitenkant van de toren (het ‘paramentwerk’) kunnen voor het grootste deel blijven zitten. Dit scheelt enorm in de restauratiekosten.
Hierdoor ontstaat ruimte om ook het kerkgebouw voor een belangrijk deel te restaureren. Hier moeten onder andere veel van de gotische vensters en tufstenen  ornamenten vervangen worden. Ook een deel van de unieke beelden die op de luchtbogen zaten (en uit voorzorg zijn verwijderd) zal worden vervangen.

Een aantal bijzonderheden uit het restauratieplan

  • Na de verwoesting tijdens de Slag om Arnhem is de toren vrijwel geheel opnieuw opgebouwd. De binnenzijde van de toren is toen opgetrokken uit een casco van baksteen. De buitenzijde werd bekleed met natuursteen (Ettringer Tuf). Ook bij de restauratie van het kerkgebouw is deze steen veelvuldig toegepast.
  • Ettringer Tuf is in de loop der tijd veel kwetsbaarder gebleken voor vochtinwerking  en temperatuurswisselingen dan werd verwacht. Vooral verfijnde onderdelen (beelden, pinakels, sierlijsten etc.) hebben hier last van. Ook andere monumenten, zoals de St Jan in Den Bosch, hebben te maken met dit probleem van scheurvorming en afbrokkeling.
  • Bij eerdere naoorlogse restauraties is al een deel van het tufsteen vervangen. De stenen die er toen nog goed uitzagen blijken echter veel sneller te verweren dan destijds kon worden voorzien. De stenen die bij vorige restauraties vervangen werden, verkeren overigens nu nog in prima conditie en kunnen worden hergebruikt.
  • De toren wordt zodanig gerestaureerd dat de komende 30 jaar geen grote restauratie meer nodig is. Na die tijd zal, zoals bij vrijwel ieder monument, wel onderhoud nodig zijn.
  • De restauratie van het kerkgebouw concentreert zich op de onderdelen die alleen bereikbaar zijn vanaf een hoge steiger. Hiervoor zal een deel van de torensteiger worden gebruikt wanner de restauratie daarvan verder gevorderd is. Voor later onderhoud en restauratiewerkzaamheden aan het kerkgebouw kan later worden volstaan met kleinere steigers.
  • De restauratie duurt 6 jaar: eerst wordt de toren aangepakt (4,5 jaar) en in de laatste fase van de toren begint het werk aan het kerkgebouw (2,5 jaar)
  • Ieder jaar vertraging van de aanvang van de restauratie kost 700.000 euro.
  • Tijdens de restauratie blijft zowel de toren als het kerkgebouw toegankelijk voor publiek en beschikbaar voor evenementen.
  • Het restauratiewerk zal zo goed mogelijk zichtbaar gemaakt worden voor het publiek.
  • Bij de restauratie worden ook jonge vaklieden opgeleid.