Top van de toren is weer zichtbaar

torenzxichtbaarDe toren van de Eusebiuskerk is weer voor een deel zichtbaar. Onlangs zijn de vijf bovenste lagen van de steiger afgebroken. In mei/juni is de restauratie van de top van de toren (de Lantaarn) zover gevorderd dat de  steiger nog verder kan ‘zakken’ en ongeveer een derde deel van de toren weer zichtbaar is.

Een belangrijk voordeel van het verdwijnen van een deel van de steiger is dat er weer een onbelemmerd uitzicht op Arnhem en wijde omgeving is vanuit de Belvedère  het uitzichtpunt op 73 meter hoogte dat te bereiken is met de unieke glazen Panoramalift. Bovendien is al het glaswerk van de Belvedère vervangen waardoor het uitzicht is verbeterd.  Ook het daarboven gelegen uitzichtpunt (bereikbaar via een trap) heeft een opknapbeurt gekregen.

gerestaureerde kantelen

Bij de restauratie worden diverse steensoorten gebruikt, afhankelijk van de plaats en functie van de stenen. De donkere ‘kantelen’ van de top van de kerk zijn van basaltlava, de rij stenen daaronder zijn van tufsteen. De grijze ‘waterlijst’ die daaronder loopt is uitgevoerd in de Italiaanse natuursteen Peperino Duro.

Eerste fase restauratie   
Het zakken van de steiger toont aan dat de eerste fase van de restauratie vrijwel is afgerond. Sinds september 2011 wordt er gewerkt aan de restauratie van de Lantaarn, zoals het bovenste deel van de toren van de Eusebiuskerk (vanaf ca 50 meter hoog) wordt genoemd. Het werk bestond voor een deel uit het vervangen van het natuursteen, maar ook uit meer ‘reguliere’ restauratiewerkzaamheden, zoals het opnieuw voegen van de stenen, het verbeteren van de regenwaterafvoer, het herstel van de traptoren en het opnieuw vergulden van de haan en de dubbele (‘Arnhemse’) adelaar die op de toren staan.
De restauratie van de Lantaarn heeft een investering van circa drie miljoen euro gevergd. Dit was mogelijk dankzij bijdragen van de gemeente Arnhem en de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed.

terugplaatsing-adelaar

Op 12 december 2012 werd de vierkoppige adelaar (het stadswapen van Arnhem) teruggeplaatst op de spits van het trappenhuis van de toren van de Eusebiuskerk.
De adelaar werd teruggezet door drie generaties van de familie De Vaal die al sinds 1974 bij de restauratie van de kerk is betrokken. Om dat te vieren schonk adviesbureau De Vaal het vergulden van de adelaar.

Uurwerk
Nog niet de hele Lantaarn zal dit jaar zichtbaar worden. Op de vier hoeken van de tweede balustrade,  waar de Lantaarn feitelijk begint, staan enorme pinakels (ook wel fialen genoemd) van zo’n tien meter hoog die bij het vervolg van de restauratie onder handen genomen moeten worden. De steiger blijft daarom voorlopig gehandhaafd tot de top van die pinakels. Ook het oorspronkelijke uurwerk van de toren zit op die hoogte en gaat daarom voorlopig nog schuil achter de steigerconstructie.
Het deel van de steiger dat nu is afgebroken zal opnieuw worden gebruikt bij de noodzakelijke restauratie van het kerkgebouw, waarvan onder andere een aantal grote vensters vervangen zal moeten worden.

Vormgeving
In tegenstelling tot wat soms wordt verondersteld, is de Lantaarn het enige deel van de Eusebiuskerk dat na de oorlog een ‘modernere’ vormgeving kreeg. Voor het kerkgebouw zelf, en de onderste helft van de toren werd teruggegrepen op de zeer nauwkeurige ontwerptekeningen die de Arnhemse architect J.W. Boerbooms eind 19e eeuw maakte. Boerbooms werkte daarin de laatgotische vormentaal van de Eusebius tot in detail uit. Dankzij zijn werk kon na de Tweede Wereldoorlog de Eusebiuskerk weer grotendeels in de oorspronkelijke stijl worden herbouwd en gerestaureerd.

Alleen voor de Lantaarn werd een nieuw ontwerp gevraagd, als blijvende herinnering aan de verwoestingen tijdens de Slag om Arnhem. Na een prijsvraag in 1957 werd gekozen voor een ontwerp van de Zwolse architect Theo Verlaan met als titel een zinsnede uit het Wilhelmus: ‘Dat ick toch vroom mag blijven’.