Peter Koelewijn gaat restauratie leiden

De Arnhemse architect en stedenbouwkundige ir. Peter Koelewijn is per 1 december benoemd tot bouwmanager van de restauratie van de Eusebius. Hij zal in opdracht van het bestuur van de kerk het restauratieproces gaan leiden. Het plan voor de restauratie is bijna gereed. 

Peter Koelewijn is een bekend gezicht in de Arnhemse architectuur en was in het verleden onder meer nauw betrokken bij de verplaatsing van het oude Stationspostkantoor naar Klarendal en de bekroonde herbestemming van de OLV Kerk aan de Van Slichtenhorststraat tot een appartementengebouw.
Als bouwmanager lost Peter Koelewijn ing. M. (Hans) de Kinkelder af die binnen het bestuur van de stichting Eusebius Arnhem eindverantwoordelijk is voor de huidige restauratie van de Lantaarn van de toren.

Peter Koelewijn

Peter Koelewijn

Peter Koelewijn noemt de restauratie van de Eusebius een ‘prachtig en uitdagend’ project. ‘Niet  alleen vanwege de omvang en de technische uitdagingen, maar ook vanwege de manier waarop we dit proces willen aanpakken’, licht hij toe. ‘We willen dat alle betrokkenen in dit project – van architect tot uitvoerder – met elkaar als één team gaan samenwerken om deze restauratie tot een succes te maken. Er is bij alle betrokkenen enorm veel kennis aanwezig op het gebied van restauratie en bouwtechniek. Door de samenwerking tussen de betrokken partijen te optimaliseren, hopen we nog meer van al deze kennis te kunnen profiteren en uiteindelijk de restauratie ook zo snel en efficiënt mogelijk uit te voeren.’

Keten-integratie
Deze zogeheten ‘keten-integratie’ wordt steeds vaker toegepast om (bouw)processen te versnellen en te verbeteren. ‘Voor de wereld van restauratie is het nog een vrij nieuwe benadering’, zegt Peter Koelewijn. Ter inspiratie zijn alle betrokkenen bij het restauratieproces onlangs op werkbezoek geweest bij de Scania-fabrieken in Zwolle waar dit werkprincipe al jaren in de praktijk wordt toegepast.
In traditionele bouwprojecten is het zo, dat de opdrachtgever zijn wensen formuleert,  de architect hiervoor een ontwerp maakt, de aannemer dit ontwerp uitvoert en de directievoerder toeziet of dit allemaal op tijd en volgens plan gebeurt. ‘Wij willen bij de restauratie van de Eusebius veel meer toe naar een werkwijze waarin we elkaar ondersteunen in plaats van controleren. De aannemer kan bijvoorbeeld door zijn praktijkervaring een betere oplossing voor een bepaald probleem hebben, dan de architect kan bedenken. Daar moet iedereen voor open staan’, aldus Peter Koelewijn.

Afgebroken Hogel Eusebius

Vooral sterk geprofileerde stenen hebben last van afbrokkeling en scheurvorming. De vlakke stenen aan de toren blijken in betere staat dan verwacht.

Restauratieplan
Die samenwerking werpt nu al zijn vruchten af bij het opstellen van het definitieve restauratieplan voor de toren (de 1e en 2e geleding) en de eerste fase van de restauratie van het kerkgebouw. ‘Alle deskundigen hebben samen goed gekeken naar wat nu werkelijk aan de hand is met de Eusebius en hoe we dit het beste kunnen oplossen’, licht Koelewijn toe.
Dit proces heeft al tot een aantal nieuwe inzichten geleid.
Koelewijn: ‘We gingen er kort geleden nog vanuit dat al het tufsteen waarmee de toren is bekleed zou moeten worden vervangen. Dat is natuurlijk een enorm kostbaar karwei. We hebben daarom nog eens goed gekeken naar de staat van het natuursteen, onder andere door blokken steen die er op het oog nog goed uitzien er toch uit te halen en in stukken te zagen.
Uit dit onderzoek bleek dat het probleem van scheurvorming vooral optreedt bij geprofileerde lijsten. Die moeten zonder meer worden vervangen. Maar de vlakke stenen waarmee de toren is bekleed zijn veel beter dan we dachten en kunnen met andere technische ingrepen nog tientallen jaren mee.’