Eusebius in het Monumentenregister

De Eusebiuskerk is sinds 14 oktober 1965 een Rijksmonument (br 8336).
In het Monumentenregister staat de kerk als volgt beschreven:

Inleiding
De Eusebius- of Grote Kerk (Nederlands Hervormd) is een forse, groots opgezette driebeukige kruisbasiliek met hoge westtoren en koor met omgang, uitgevoerd in Laat Nederrijns-gotische stijl, gebouwd in de periode 1452-1560, gerestaureerd in 1894-1902 en 1946-64 (herstel oorlogsschade), bouw nieuwe torenbekroning van architect Th. Verlaan in 1961-1964, nieuwe restauraties in 1973-1982 (kerk) en 1992-94 (toren).
Inwendig rijke net- en stergewelven, bundelpijlers, bouwsculptuur uit diverse perioden, glas-in-lood raam van Joop Janssen (uit gesloopte “Kleine” R.K. Eusebiuskerk), laat middeleeuwse muurschildering op muur kooromgang en belangwekkende inventarisstukken zoals; Praalgraf voor Karel van Egmond in renaissancestijl (1540), “Man in Kastje”, epitafen voor Joost Sasbout (1546), G. Ripperda (1696) en Martinus Goris (1632), circa 120 grafzerken en fors barok kasorgel (hoofdwerk, Bovenwerk, Rugwerk en vrij Pedaal) vervaardigd in 1796 door J. Strumphler (oorspr. voor Hersteld Evangelisch Lutherse kerk Amsterdam, in 1960 gerestaureerd en verplaatst naar Arnhem). Onder en ten zuiden van de kerk belangwekkende funderingen van voorgangers, teruggaand tot tenminste 10de eeuw. 

Geschiedenis
De vermelding van een kerk te Arnhem komt al in 893 voor de in de goederenlijsten van de St. Salvatorabdij te Prum (Eifel, Duitsland).
Opgravingen na de Tweede We reldoorlog (1959) legden ten zuiden van het huidige koor belangwekkende restanten bloot van een preromaanse zaalkerk (met crypte met vier zuilen onder rechtgesloten koor!), verder van de vergrotingen van dit bouwwerk in de 11de- en 12de eeuw en vervolgens onder het huidige koor de restanten van de eerste gotische bouwcampagnes (allereerst een nevenkapel bij Romaanse kerk eind 13de eeuw en vervolgens een driebeukige kerk omstreeks 1400, met uitbreidingen in 1420/21 o.l.v. meester Jacob van Boege). De kerk is in die periode gewijd aan Sint Maarten.

  • In 1452 wordt begonnen met de bouw van een groots opgezette nieuwe kerk. Begonnen werd met de bouw van schip en toren. Kerk vertoont in stilistisch opzicht invloeden van de vermaarde bouwmeester Gisbert Schairt (overleden 1452). In 1453 worden door de abdij te Prum de relieken van Sint Eusebius aan de Arnhemse St. Maartenskerk geschonken, met de bedoeling om een flinke impuls aan de bouwcampagne te geven.
  • In 1477 worden twee klokken gegoten voor nieuwe toren door Gerardus van Wou en Gobelinus Moer. In 1478 wordt uurwerk van oude toren overgebracht naar nieuwe, welke dan gereed lijkt te zijn. In zelfde jaar vindt bouw zuidportaal plaats.
  • In 1503 is de St. Annakapel ten noorden van toren gereed.
  • In 1506 bouwt meester Bernt uit Emmerik een nieuw orgel.
  • In 1511 breekt men de oude kerk verder af en begint met bouw transept. 1526-29: overwelving van transept.
  • In 1536 is de kooromgang vermoedelijk gereed gekomen (jaartal komt voor op derde travee noordzijde).
  • In 1538 wordt hertog Karel van Gelre in de kerk begraven.
  • In 1560-68 komt het Hoogkoor gereed.
  •  In 1578 wordt in Arnhem de hervorming doorgevoerd, eerste predikant is Johannes Fontanus (van der Putte).
  • In 1580 en 1599 beeldenstorm in St. Eusebiuskerk en St.Walburgkerk.
  •  In 1609 worden muur- en gewelfschilderingen overgewit.
  • 1633, brand in Angelustoren na bliksem, koorgewelf gaat verloren.
  • In 1650 wordt toren verhoogd naar ontwerp van meester Paul Pelen uit ‘s-Gravenhage. Tevens wordt een carillon besteld bij gebr. Hemony te Zutphen.
  • In 1768 krijgen gebr. Wagner uit Schmiedefeld (saksen) opdracht voor bouw van nieuw orgel.
  • In 1783 bouw classicistische noordportaal ter vervanging van gotisch portaal.
  • 1870-72 vernieuwing raamtraceringen,
  • 1882 herstel gerfkamer,
  • 1883 ontwerp voor herstel zuidportaal van P.J.H. Cuypers.
  • In 1893 oprichting “Vereeniging tot restauratie van de Grote- of St. Eusebiuskerk”, tevens start onderzoek van kerk door J.W. Boerbooms en H. Portheine jr.
  • Vanaf 1894 uitvoering van minutieuze exterieurrestauratie naar complete plannen van Boerbooms, welke plotseling overlijdt in 1899. Interieurrestauratie o.l.v. C.B. Posthumus Meyjes vanaf 1895.
  • In 1902 krijgt koor nieuw netgewelf naar voorbeeld van schipgewelf, tevens restauratie koor voltooid.
  • 1904-1908 restauratie zuidtransept.
  • 1926, gewelf in schip vernieuwd o.l.v. J.Th.J. Cuypers.
  • In 1944 (19/20 september) brandde de kerk volledig uit tijdens Slag om Arnhem. De toren werd bijna geheel verwoest, de zuidelijke schip- wand met de schipgewelven waren verwoest evenals de gewelven van de viering en het zuidtransept. Belangrijke inventarisstukken, zoals het Wagnerorgel uit de 18de eeuw en de 17de eeuwse kansel, alsmede het 19de eeuwse meubilair en een aantal zerken gingen verloren in de brand. B.T. Boeyinga krijgt leiding over herstel en herbouw.
  • Vanaf 1946 tot 1961 wordt aan de kerk gewerkt. De toren krijgt haar bekroning van Paul Pelen niet terug, maar krijgt een nieuwe bekroning naar ontwerp van Th. Verlaan, die het winnende ontwerp van een prijsvraag leverde.
  • Tijdens de restauratie krijgt de kerk veel nieuw beeldhouwwerk van o.a. E. van Kuilenburg, J. Grosman, Th. van Reyn, H.J. Vreeling en G. van der Wagt. Een in het oog springend nieuw element vormen de moderne beeldjes op de luchtbogen (voor het eerst toegevoegd door L. Henzen bij schip in (1903-1912) naar voorbeeld van de Bossche Sint Jan en na de oorlog (koor en schip, o.a. E. van Kuilenburg).
  • Bij herbouw en restauratie van de gotische torenromp gebruikte men Boerbooms’ ontwerp (toren had door diverse versoberingscampagnes in 18de- en vroeg 19de eeuw nauwelijks nog decoraties).
  • In 1951 wordt het Strumpfler- orgel (1793) aangeschaft van de Hersteld Evangelisch Lutherse kerk aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam. Na restauratie wordt het orgel in 1960 in de kerk opgesteld.
  • Stormschade (1972) en inferieure natuursteen toegepast bij naoorlogse restauratie maken een nieuw herstel van kerk (1973-82) en toren (1992-94) noodzakelijk. De toren krijgt bij deze restauratie inwendig een moderne lift, met bovenin uitkijkruimten. Op 15 september 1994 sluit deze restauratie af met de vijftigste herdenking van de Slag om Arnhem.

Omschrijving
De kerk is een zeldzaam voorbeeld van na de Tweede Wereldoorlog. Het middenschip heeft een zadeldak met dakschild aan de westzijde bij de aansluiting met de toren (thans doorgetrokken tot torenromp). De zijbeuken bevatten lessenaarsdaken. Het transept heeft een schilddak met afgewolfde, ingesnoerde hoekkepers, het koor heeft weer een zadeldak met schilden boven de sluiting. Het zuidportaal en de flankerende kapel hebben een piramidedak. De deels tweelaags en deels eenlaags gerfkamer bezit lessenaarsdaken. Op de kruising van de nokken van de daken van transept en schip/koor staat een dakruiter/angelustorentje met een opengewerkte uivormige bekroning, waarin klein klokje. De daken zijn gedekt met leien in Rijndekking.

Interieur: Uitbundige ster- en netgewelven en sierlijsten in lichtbeuk van het interieur. De arcade bezit geprofileerde bundelpijlers en geprofileerde scheibogen, die deels teniet lopen in de pijlers en deels worden opgevangen door bladkapiteeltjes met colonetten geplaatst tegen de pijlers. Onder de cort koor staat het monumentale renaissancepand, het Maarten van Rossumhuis, waarin een deel van het stadhuis is ondergebracht.
Een grote rijk gedetailleerde Nederrijnse basiliek met gedrukte lichtbeuk, brede zijbeuken, transept en koor met omgang. Het schip bestaat uit vier traveeën met zijbeuken die zes traveeën bevatten, waar van er twee,uitgevoerd als kapellen, de toren flankeren. Het transept is breed en eenbeukig.
Het koor bestaat uit twee traveeen en een onregelmatige 5/8 sluiting. Het koor is ook voorzien van brede zijbeuken, bij de sluiting overgaand in een brede zevenzijdig gesloten kooromgang, met eveneens een onregelmatig verloop.
Tegen de zuiderzijbeuk van het schip zijn bij het transept twee rechthoekige kapellen geplaatst, waarvan de oostelijke een fraai gotisch portaal bevat. Ook tegen de zuiderzijbeuk van het koor zijn aansluitend op het transept twee rechthoekige kapellen (waarin o.a. de gerfkamer) geplaatst. In de oksel tussen noordtransept en koor staat de rechthoekige diakonie uit 1904.
De toren heeft haakse steunberen over twee geledingen, waartussen aan de zuidwest en noordwestzijde een traptoren is geplaatst. De steunberen worden bekroond door grote torenachtige pinakels (reconstructie van Boeyinga naar ontwerp van Boerbooms). De eerste twee geledingen van de toren zijn verder voorzien van spitsboognissen met blind traceerwerk.
Aan de westzijde bevindt zich de hoofdingang, die samen met het hoge venster erboven gevat is in een hoge spitsboognis (vensternisportaal). De twee geledingen, die voor 1944 werden bekroond door een classicistische achtzijdige bekroning met koepeltje uit 1650 van Paul Pelen, zijn sinds 1961-64 voorzien van een moderne hoge achtzijdige op de gotiek geïnspireerde tufstenen bekroning met betonnen kern en laag, ingesnoerd tentdak.
In gevel van de oostelijke kapel tegen de zuiderzijbeuk naast het transept bevindt zich een laat-gotisch natuurstenen portaal. Opvallend is het gebruik van baksteen gecombineerd met tufsteen en andere natuursteen voor het exterieur. De versierde onderdelen (lijsten met traceerwerk, balustraden, pinakels, hogels en luchtboogbeeldjes) zijn uitgevoerd in natuursteen. De spitsboogvensters bevatten traceerwerk in een combinatie van hoog-gotische en laat-gotische vormen.
De vensters van de zijbeuken en kooromgang zijn zeer breed en bevatten vijfdelig traceerwerk, de vensters van de lichtbeuk van schip en koor zijn zeer laag en smal en bevatten driedelig traceerwerk. De transeptgevels zijn niet voorzien van portalen en een topgevel, maar bevatten elk een groot zeer hoog spitsboogvenster met zevendelig traceerwerk.
De kerk heeft zowel bij schip als koor een rijk gedetailleerd schoorsysteem bestaande uit met groepjes pinakels versierde steunberen, luchtbogen met beeldjes en steunberen tegen de lichtbeuken met een forse pinakel als bekroning. Tussen deze pinakels bevindt zich de balustrade van de daklijst, bestaande uit een reeks driepasboogopeningen. De lichtbeuken zijn bovenin versierd met een dubbele reeks blinde driepasboogjes.
De luchtbogen bevatten beeldjes, bij schip ontworpen tijdens restauratie in 1904-12 (op advies van P. Cuypers) en weer aangevuld en uitgebreid naar koor (E. van Kuilenburg) na de Tweede Wereldoorlog.

Het middenschip heeft een zadeldak met dakschild aan de westzijde bij de aansluiting met de toren (thans doorgetrokken tot torenromp). De zijbeuken bevatten lessenaarsdaken. Het transept heeft een schilddak met afgewolfde, ingesnoerde hoekkepers, het koor heeft weer een zadeldak met schilden boven de sluiting. Het zuidpor taal en de flankerende kapel hebben een piramidedak. De deels tweelaags en deels eenlaags gerfkamer bezit lessenaarsdaken. Op de kruising van de nokken van de daken van transept en schip/koor staat een dakruiter/angelus- torentje met een opengewerkte uivormige bekroning, waarin klein klokje. De daken zijn gedekt met leien in Rijndekking.

Interieur
Uitbundige ster- en netgewelven en sierlijsten in lichtbeuk van het interieur. De arcade bezit geprofileerde bundelpijlers en geprofileerde scheibogen, die deels teniet lopen in de pijlers en deels worden opgevangen door bladkapiteeltjes met colonetten geplaatst tegen de pijlers. Onder de cordonlijst van het vensterbanktriforium bevindt zich een reeks driepasboogjes op stijlen gesteund door kraagsteentjes. Het triforium heeft een open driepas- boogbalustrade. De lichtbeuk heeft een voor Nederrijnse basilieken (o.a. Zaltbommel en Xanten) kenmerkende tweeschalige wandopbouw met triforium en lichtbeukvensters gevat in spitsboognissen. Het triforium is per travee onderling verbonden door doorgangen uitgespaard in de muurdammen die de spitsboognissen van de traveeen van elkaar scheiden. Voor deze doorgangen zijn vanuit de basementen van de bundelpijlers oprijzende hoge colonetten- bundels geplaatst, die de gewelfribben dragen. Onder de afzaten van de vensters is ook weer een reeks driepasboogjes geplaatst, rustend op kraagsteentjes met figuratieve sculptuur. Het hoogkoor is van de zijbeuken en omgang gescheiden door tussen de pijlers geplaatste muren, waarin epitafen zijn opgenomen. Sinds 1982 bevat de kerk parketvloeren en zijn de traveeen naast de toren van de schipzijbeuken van het schip afgesloten door houten schotten. De muurvlakken zijn witgepleisterd evenals de gewelfvlakken, pijlers bogen, lijsten, balustraden, ribben en traceringen zijn in natuursteen uitgevoerd, met spaarzaam gebruik van beschildering op de gewelven. Van de schilderingen op de gewelven (middeleeuwse Heiligen- figuren) is uiteraard na verwoesting van de gewelven niets gespaard gebleven. De muurschildering in het oostelijke deel van de kooromgang (voorstellingen van Christus Passie en Pasen) is zwaar gehavend en werd in 1992-93 geconserveerd door A. Verheij uit Bathmen.

In de kerk bevinden zich nog enkele belangwekkende inventarisstukken zoals het praalgraf van Hertog Karel van Gelre. Op deze tombe bevinden zich in totaal 16 albasten reliëfs in renaissancestijl (Elisabeth van Thuringen en Karel (of St. Maarten) aan het voeteneinde, de Twaalf Apostelen aan beide lange zijden en de Heilige Familie en St. Christoffel aan het hoofdeinde. Op de tombe een ligbeeld van de Hertog met leeuwen als wapenhouders. Boven de tombe tegen de koorpijler hangt “de Man in het Kastje”, een weergave van de knielende Hertog in wapenrusting, geplaatst in een baldakijn met getordeerde zuilen. De sculptuur verbrandde in 1944 en werd vernieuwd. De wapenrusting is gerestaureerd. Tegen de muur tussen Hoogkoor en omgang bevinden zich de epitaaf van de kanselier van Gelderland, Joost Sasbout (midden 16de eeuws renaissancewerk), de epitaaf van kanselier van Gelderland Martinus Goris (1632) en Georgius Ripperda, Heer van Verwolde (1669). In de kerk ongeveer 120 grafzerken uit diverse perioden (vanaf 16de eeuw), gerestaureerd na de Tweede Wereldoorlog. Tegen de westwand van het schip staat het imposante barokke kasorgel, uit 1796 van de hand van J. Strumphler. Koororgel met twee manualen en vrij pedaal in 1961 gebouwd door Gebr. Van Vulpen te Utrecht.

Waardering
De zeer rijke, groots opgezette kruisbasiliek in laat-Nederrijns-gotische stijl, bijzonder en uniek in dit gebied vanwege het feit dat het gebouw naar een (maar ten dele gewijzigd) plan is uitgevoerd, met zeer rijke net- en stergewelven, bezit grote architectuurhistorische waarde en is vanwege de forse zeer markante bouwmassa van groot belang voor het beeld van de stad en omgeving. De inventarisstukken, waaronder belangwekkende grafmonumenten, epitafen en zerken, grote hoeveelheden bouwsculptuur (16de-20ste eeuw) en monumentaal orgel bezitten hoge kunsthistorische waarde. Het koororgel is wat uiterlijk en klank betreft een schoolvoorbeeld van de strenge neo-barokke orgelbouwstijl van de jaren ’50 en ’60 van de twintigste eeuw. Het is bovendien een groot koororgel met een voor die tijd ongebruikelijk rijke ornamentiek. De kerk en haar bewaard gebleven funderingen van voorgangers zijn tevens van belang voor de bouwhistorische wetenschap.