“Wie was de heilige Eusebius die te Arnhem wordt vereerd?”

Inleiding
Artikel van Dries van den Akker sr.

Eusebius stierf tezamen met zijn gezellen Pontianus (soms Potentianus), Vincentius en Peregrinus ten tijde van de Romeinse keizer Commodus (180-192) omwille van Christus de marteldood. Het jaar van hun dood valt waarschijnlijk rond 190.
Feest 25 augustus. Zoals bekend wordt de dag waarop een heilige sterft, beschouwd als zijn geboortedag voor het ware leven in Gods heerlijkheid; vandaar dat de sterfdag meestal meestal de feestdag is waarop de heilige wordt herdacht en gevierd.
Er is een verslag (Acta) bewaard gebleven van hun proces en marteldood. Onder ’Acta’ wordt meestal verstaan een letterlijk verslag van de procesvoering, vastgelegd door een ooggetuige of door een secretaris. Maar in dit geval gaat het om negen lezingen: precies het aantal dat gelezen werd gedurende het liturgisch officie op de feestdag van een heilige. Op het gebruik tijdens de liturgie wijzen ook de geregelde beginwoorden ’ln die tijd…’: zo begonnen in de liturgie vele schriftlezingen. Een aantal lezingen eindigt met de liturgische formule ’door Christus Onze Heer’; de toehoorder in de kerk werd geacht hier ’Amen’ op te antwoorden. Dat moge nog eens extra duidelijk zijn aan het eind van de negende en laatste lezing!
Hieruit trekken we alvast de conclusie dat de verslaggever dus niet de bedoeling heeft de objectieve feiten weer te geven, in de moderne wetenschappelijke zin van het woord; hij zal die feiten interpreteren en gebruiken om zijn christelijke toehoorders te inspireren en te versterken in het geloof.
We laten hier eerst het Verslag volgen. Na afloop kijken we erop terug en maken er enkele aantekeningen bij.

Verslag

  1. Eerste Lezing.
    Tijdens de regering van de hoogst onrechtvaardige Commodus werd een wet uitgevaardigd, dat op zijn verjaardag de hele bevolking van de stad Rome bij elkaar moest komen voor een wedstrijd. Ze moesten hulde brengen aan de machtige Hercules of aan Zeus. Dat ging dan zo: Commodus zelf hulde zich in een leeuwenvel en vóór het gouden beeld van Zeus zette hij zijn hoofdtooi op; zo nam hij plaats op zijn troon om de bewegingen van de wedstrijd te volgen. En de hele bevolking van Rome juichte hem toe met de woorden: ’Gij Hercules, beschermheer van de staat, verdediger van de moedige Romeinse vrijheid! ’ Dat werd wel vijfenzeventig keer geroepen.
  2. In die tijd woonden er een aantal christenmannen in de wijk Lannarius. Onder hen bevonden zich toegewijde dienaren van God en van onze Heer Jezus Christus: Eusebius, Vincentius, Peregrinus en Pontianus. Zij gaven hun vermogen uit aan de armen en kwamen bij elkaar om de Heer te dienen. Toen zij hoorden wat Commodus gedaan had, staken zij er de draak mee en verkondigden door de hele stad aan de mensen: “Brengt eer aan onze Heer Jezus Christus; komt terug van die duivelse bedrieglijkheden; gelooft in de God van de hemel, de almachtige Vader, en in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer; doet boete en laat u dopen in zijn naam tot vergeving van uw zonden. Want dan zult u niet met uw heer Commodus verloren gaan.”