Raming kosten restauratie fors lager

Een meevaller in het kerkschip

MEDIA: Niet 75 miljoen, maar tussen 35 en 40 miljoen euro gaat de restauratie van de Arnhemse Eusebiuskerk de komende jaren kosten. De toren kan daarvoor duurzaam worden gerestaureerd. Het opknappen van het kerkschip blijkt nu minder urgent.

(bron: De Gelderlander, zaterdag 5 mei 2012)

ARNHEM – De restauratie van de Eusebiuskerk in Arnhem hoeft niet in een keer te worden uitgevoerd, maar kan in fases geschieden. Volgens het bestuur van de Stichting Eusebius Arnhem (ESA), de economische eigenaar van het gebouw, heeft een grondige inspectie van de stenen uitgewezen dat de technische staat van het kerkgebouw achter de toren beter is dan aanvankelijk gedacht.

Dat maakt het mogelijk om ingrijpende restauratiewerkzaamheden aan het kerkschip uit te stellen tot 2032. De komende jaren is er dan geen 75 miljoen euro nodig – zoals eerder geraamd – maar tussen de 30 en 40 miljoen om vooral de bouwvallige toren te restaureren.

Nee, het is geen boekhoudkundige truc om gemor in de stad over de torenhoge kosten van de restauratie de kop in te drukken. Er is een voor een keertje een meevaller, meldt voorzitter Hans Winters van de Stichting Eusebius Arnhem ( SEA).

Bij nadere inspectie van het gebouw blijkt de urgentie van restauratie minder groot bij het kerkgebouw dan bij de toren. Nu rondom de Eusebius steigers zijn gezet, kan het fragiele tufsteen beter worden onderzocht en omdat de slijtage aan het kerkschip toch meevalt,is een gefaseerde opknapbeurt van het geheel nu mogelijk geworden.
Daarmee hoef je niet meteen de 60 tot 65 miljoen euro op te hoesten, die de totale restauratie van de Eusebius nog steeds gaat kosten.

Met een over meerdere decennia uitgesmeerde rekening is de hele onderneming maatschappelijk veel beter te verkopen, meent Winters. Afbreken was in zijn ogen niet alleen ongewenst, maar ook nimmer een serieuze optie omdat het hier een rijksmonument betreft. Kosten voor restauratie en onderhoud horen daar nu eenmaal onlosmakelijk bij. „Kijk naar Den Bosch, kijk naar Chartres, kijk naar Reims”, aldus Winters.

„Maar daarbij kun je niet voorbij gaan aan alle discussie over het totaalbedrag. Ik zou op dit moment zelf ook prioriteit geven aan allerlei sociale projecten. Daarom hebben we de architect en alle deskundigen een nieuwe opdracht gegeven: je kunt de komende jaren restaureren, maar je krijgt maar de helft van het bedrag.”

Dat leidde tot een papieren scheiding van toren en kerk. Voor restauratie van de eerste moet nu tussen 35 en 40 miljoen euro worden gevonden. De gewelven van het kerkschip blijken nu echter in behoorlijke conditie te verkeren, evenals de gevels. Ze kunnen zo zeker nog twintig jaar mee. Dat scheelt dus op korte termijn een slordige twintig miljoen euro. Met een opknapinvestering van rond de vijf miljoen kunnen de belangrijkste mankementen aan het kerkschip ( bijvoorbeeld de versleten binnenkozijnen) worden verholpen.

Daarnaast kon de oorspronkelijke raming van 75 tot 80 miljoen euro voor de hele klus ook nog eens met zo’n 15 miljoen worden gereduceerd door prijsdalingen en goedkopere arbeid, als gevolg van de recessie. De SEA is in ieder geval teruggekomen op het idee de hele Eusebius zo snel mogelijk (en dus duur) te restaureren.

Winters: „Het uitgangspunt van ‘we willen nooit meer een steiger rond de kerk zien’ was ook geen goede stellingname. Je moet zeggen: ‘wat je nu kan doen, moet je nu doen en wat nu niet hoeft, moet je nu niet doen.’”
Blijft voor de SEA de opgave op korte termijn tussen 35 en 40 miljoen euro te vinden om de krakkemikkige toren daadwerkelijk en duurzaam te restaureren. De stichting wil per se tien procent van de totale kosten zelf financieren middels sponsors. Die moeten jaarlijks zo’n vier ton bijeenbrengen als basisbedrag. De hoop van Winters is dat de gemeente Arnhem vervolgens tien à vijftien procent van het eindbedrag voor rekening neemt en de Provincie Gelderland net zoveel. Blijft een gat van een slordige 23 miljoen euro, dat dan door de rijksoverheid moet worden gedicht. De volledige restauratie voor de toren is nu ingepland voor de komende tien jaar. Grote voorkeur van het bestuur is de klus zelfs in zeven jaar te klaren. Winters: „Dat betekent een grotere financiële druk per jaar, maar je bent eerder van de steigers af en je hebt ook eerder het zicht vrij voor de verbetering van de exploitatie. Nu is dat toch wel een grote handicap omdat er allemaal schuttingen omheen staan.”

‘Door de kerk van Dudok naar De Waag’

Duidelijk is dat ook de exploitatie van de Eusebiuskerk de komende jaren over een heel andere boeg gaat. Hans Winters en Bert de Jong (sinds twee maanden als directeur van de Eusebius verantwoordelijk voor de exploitatie van het gebouw) zoeken vooral fysieke aansluiting met de stad.

De Jong: „ Dat klinkt gek, maar we willen vooral zorgen dat de kerk makkelijker toegankelijker wordt. We zoeken een aansluiting met cafés Dudok en Arnhems Meisje. Denk aan een opening van glas aan de zijkant, of misschien wel een glazen gang dwars door de kerk. We zouden een aanzuigende werking willen stimuleren, van Arnhem- Noord naar de rivier. Zodat je zo door kunt naar De Waag en het Marktplein. Dat is vroeger ook zo geweest.”

Winters benadrukt de rol van de Eusebius in de driehoek met het aanstaande kennis- en kunstencluster. „Dit is ook een van de weinige kerken in Nederland waar je overdag geen licht aan hoeft te doen. Als expositie- en tentoonstellingsruimte is het gebouw daaromuitermate geschikt.”

Het sacrale decor mag geen belemmering zijn voor alle mogelijke evenementen, al zijn er grenzen. Een erotische beurs gaan we niet zien in het godshuis van de Protestantse Gemeente Arnhem, zegt Bert de Jong. Maar een modefestival, businessborrels bovenin de Belvédère, workshops van bedrijven, stiltesessies in de beide kapellen, of zelfs een volleybalwedstrijd in de kerk; het moet allemaal mogelijk zijn.

Ook een dependance van het infocentrum Slag om Arnhem of een permanente expo over de stadsgeschiedenis zouden welkom zijn. Gedacht wordt aan vitrines van de VVV, Burgers’ Zoo of het Nederlands Openluchtmuseum.

Het restauratieprogramma zelf biedt ook mogelijkheden. Van het opknappen van de St. Jan in Den Bosch is in dat kader veel geleerd. De Jong: „ Bijvoorbeeld steigerbezoeken. Tegen betaling kunnen mensen kijken naar vakmensen aan het werk. Daar zijn educatieve programma’s voor scholen voor bedacht, met grote sponsors.”