21 oktober 2011: restauratie vijftig jaar geleden afgerond

In oktober is het vijftig jaar geleden dat het herstel van de Eusebius na verwoesting in de oorlog kon worden afgerond. Hoewel de toren officieel pas drie jaar later helemaal af was, kwam Koningin Juliana op zaterdag 21 oktober 1961 naar Arnhem de afsluiting van de restauratie bijwonen. Een hele gebeurtenis, waarvan dan ook in de Arnhemse Courant van maandag 23 oktober 1961 uitvoerig verslag werd gedaan.
De letterlijke tekst van het artikel:

“Uit de door menikleurige stalen steigers omringde in aanbouw zijnde toren van de Grote of Eusebiuskerk in Arnhem waaiden zaterdagmiddag de diepe tonen uit van de zware klokken die er onlangs in opgehangen zijn.
De Grote Kerk was toen al bijna volgestroomd met honderden kerkgangers, waaronder vele autoriteiten, die de plechtige dienst ter afsluiting van de restauratie bijwoonden.
Een sober gehouden dienst, met korte toespraken; een dienst, bijgewoond door koningin Julina, waarin het kerkorgel werd aangeboden en waarin een eenvoudige, duidelijke verantwoording werd gegeven van het werk der Stichting Herstel Grote Kerk.
Was de publieke belangstelling buiten vóór  die dienst al vrij groot, des te groter was zij om ruim half vier toen Hare Majesteit zich van de kerk naar de Waag begaf, waarin zoals bekend het kerkelijk bureau der Hervormde gemeente zich bevindt.

De politie had de Markt afgezet en achter de afzetting klonk het hartelijk gejuich van Arnhemmers en Arnhem bezoekenden, voor wie een bezoek van de vorstin een even groot evenement was als voor de kerkvoogdij der Hervormde gemeente.
De voorzitter van het college der kerkhoofden der Hervormde gemeente, de heer C.D. Wolters, opende de trits van sprekers. Een merkwaardigheid signaleerde de president-kerkvoogd in zijn toespraak: in het koor had de tragische brand van 17 september 1944 het minst fel gewoed en was een gebrandschilderd raam weinig beschadigd. Het glas ervan werd opgelagen maar men heeft nooit kunnen achterhalen waar het gebleven is…

De Canadezen wilden de muren en wat er nog verder overeind stond met bulldozers omverhalen. Ze begrepen niets van de plannen tot herstel. Monumentenzorg gaf, de Actie Hervormd Arnhem startte; de actie Amsterdam leverde ƒ 100.000 op en de synode droeg ƒ 25.000 bij. Architect B.T. Boeyinga uit Amsterdam werd op 4 januari 1946 als architect aangewezen. Rijm een jaar later (17 maart 1947) begon de Rijnlandse Betonbouw Maatschappij aan de muren en de kap van schip en transept. Het begrotingscijfer was toen ƒ 2 miljoen, thans ƒ 4.693.650,39
Omdat het rijkssubsidie, aanvankelijk 90 % werd gebracht op 92,5 % (in april 1959) en provincie en gemeente samen praktisch 2,5 % voor haar rekening namen, was de taak van de stichting Herstel Grote Kerk zo verlicht, dat een kerkorgel kon worden aangeschaft. De heer Wolters herdacht het vroegtijdig heengaan van de beeldhouwer Eduard van Kuilenburg die een kunstenaar bij de gratie Gods noemde.

Stichting
Jhr. dr. C.G.C Quarles van Ufford, voorzitter der Stichting Herstel Grote Kerk, herinnerde eveneens aan het oorspronkelijke rijkssubsidiepercentage van 90 %; de ontbrekende 10 % vormden nog een bedrag van ruim 4 ton. Omdat de kerk dit niet zelf kon opbrengen werd de Stichting Herstel Grote Kerk opgericht. En juist omdat het niet ging om een kerkgebouw van een bepaald genootschap, doch om een Gelders cultuurmonument, daarom meende het stichtingsbestuur zijn oproep te mogen richten tot de gehele Gelderse gemeenschap.
Er werd 10 jaar geleden begonnen:  met een oliebollenactie, nu met de verkoop van speciale lucifers. Nu kunnen we getuigen, zegt spreker, dat het appèl een stroom van giften heeft bezorgd: klein, groot, uit Arnhem, uit heel Gelderland, van oud-Arnhemmers in binnen- en buitenland, van schenkers van allerlei gezindten, particulieren, instellingen. Al deze schenkers dankte jhr. dr. Quarles van Offord hartgrondig. Toen het subsidie op 95 % was gebracht kon de wens, de financiering van de bouw van een koororgel, in vervulling gaan.

Met grote dankbaarheid heeft het stichtingsbestuur de kerkvoogdij als bijdrage in de restauratiekosten, inclusief de kosten van een koororgel in totaal ƒ 218.663,45 kunnen afdragen.
Het stichtingsbestuur heeft nog ruim ƒ 6000,–min kas: het houdt het ter beschikking van de kerkvoogdij. In totaal is dus rond ƒ 225.000,– door offervaardigheid bijeengebracht. Het primaire doel der stichting is dus bereikt. Het secundaire doel, namelijk bijeenbrengen van gelden voor de kerkverfraaiing, zal haar nog jaren bezig houden.
Spreker noemde in dit verband de beglazing, waar al, behalve een spontane gift van de kerkvoogdij, reeds belangrijke toezeggingen zijn binnengekomen. De Stichting acht haar taak dus geenszins als voltooid: zij sluit slechts de eerste fase van haar werk af, aldus jhr. dr. Quarles van Ufford die het koororgel in eigendom overdroeg.

Gelukwens namens regering
De secretaris/generaal van het ministerie van O.K. en W. dr. J. H. Wesselings, die zijn gelukwensen namens de overheid overbracht, zeide zich te realiseren dat ondanks de gunstige financiële overheidsregeling de lasten van de kerkvoogdij nog vele jaren zwaar zullen drukken. Het blijkt vaak bij de herbouw van door oorlog verwoeste bedehuizen, dat offervaardigheid der gelovigen soms verbazingwekkend groot is. Zij zal ook in Arnhem het dragen der lasten mogelijk maken.
De afwisseling op de toespraken lag in het liturgische en klassiek muzikale vlak. Het Hervormd Kerkoor was voor deze gelegenheid gekleed en een grijs koorkleed, rood of blauw afgebiesd (zulks in navolging van de Hervormde gemeente in Enschede waar de koorleden dit kleed dragen) en had bij binnenkomst van de Koningin, die bloemen had ontvangen van de 11-jarige Lenneke Schellevis, gedragen Psalm 84: 1-3 gezongen. De organist Johan van Dommele liet na de toespraak van dr. Wesselings het Praeludium in Es Dur van Bach horen en later, na de overdracht, op het koororgel het Trio, Intermezzo en Koraal over Psalm 138. Het slotwoord van M.H. Knijff, praeses van de Centrale Kerkeraad, bestond uit een zinvolle tekstzegging: van Psalm 84: 2-5, 2 Kronieken 6: 18-21; Romeinen 8: 32-39; Openbaring 21: 1-5a. En het meegebeden Gebed des Heren rees gedempt omhoog langs de gewelven. De slotzang was het imponerende “Dankt, dankt nu allen God”.

In het Waaggebouw gebruikte de Koningin, die een korte wandeling door de kerk had gemaakt, de thee en onderhield zich met o.a. architect Boeyinga, hoofdopzichter Schellevis (aan beiden werd zowel door de heer Wolters als door dr. Wesselings dank gebracht voor wat zijn hebben gepresteerd), de president-kerkvoogd, de organist.
Om vier uur stapte Koningin Juliana, luid toegejuicht, in de hofauto, op weg naar Soestdijk.”