Zijn er in het verleden fouten gemaakt?

Ongetwijfeld zijn er in het verleden keuzes gemaakt die we nu niet of anders zouden doen. De zorg voor monumentaal erfgoed betekent ook dat we met veel van die keuzes moeten leren leven. Vermijdbare fouten – zoals de keus voor een zogenaamd inferieure steensoort – zijn niet aangetoond.

Bij iedere restauratie van oude gebouwen hopen we allemaal dat het voorlopig de laatste keer is dat de portemonnee moet worden getrokken. Maar feit is dat het behoud van monumenten (veel) geld kost. En toch genieten we graag van oude gebouwen, bepalen ze de sfeer en aantrekkelijkheid van een stad en zijn ze daarom – indirect – ook van economisch belang.
In de vorige eeuw alleen al heeft de Eusebius alles bij elkaar bijna vijftig jaar in de steigers gestaan: tijdens de Grote Restauratie (1894-1930), tijdens de twintig jaar vergende restauratie en herbouw na de Tweede Wereldoorlog (1944-1964) en nog twee keer in de jaren tachtig en negentig.
De Eusebius is daarmee geen uitzondering: de Dom van Keulen is sinds de Tweede Wereldoorlog feitelijk geen dag helemaal ‘uit de steigers’ geweest. De St. Jan in Den Bosch werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw uitgebreid gerestaureerd, maar moest de afgelopen twaalf jaar opnieuw ‘onder het mes’.

En zeker: er zijn in het verleden fouten gemaakt en zaken niet goed opgepakt. Kunsthistoricus Martin Pieterse zegt hierover elders op deze site: ‘Bouwgeschiedenis is ook en vooral: opgescheept zitten met de keuzes die je voorgangers hebben gemaakt.’ Lees hierover dit artikel: ‘Hadden we maar geweten…’.